In onze Torà, in het boek Leviticus/VaJikrà 23:24-25 lezen we:
וַיְדַבֵּר יְהוָה אֶל-מֹשֶׁה לֵּאמֹר:
En God zei tegen Mosjé:
דַּבֵּר אֶל-בְּנֵי יִשְׂרָאֵל, לֵאמֹר: בַּחֹדֶשׁ הַשְּׁבִיעִי בְּאֶחָד לַחֹדֶשׁ יִהְיֶה לָכֶם שַׁבָּתוֹן--זִכְרוֹן תְּרוּעָה, מִקְרָא-קֹדֶשׁ.
Zeg tegen de Kinderen Israël's: in de zevende maand op de eerste dag zullen jullie een plechtige rustdag houden, een gedenkdag ingeluid met hoorngeschal, een heilige oproep.
כָּל-מְלֶאכֶת עֲבֹדָה לֹא תַעֲשׂוּ; וְהִקְרַבְתֶּם אִשֶּׁה לַיהוָה.
Jullie mogen geen arbeid verrichten, en jullie moeten de Eeuwige een vuuroffer brengen.
Rosj HaSjanà valt dus in de zevende maand van het Joodse jaar. Dit lijkt een beetje gek, maar ons volk kent meerdere 'nieuwe jaren' gespreid over het jaar. (Dit LIJKT niet alleen gek, dit IS gek!) De 1e dag van de maand Nissàn is nieuwjaarsdag voor het tellen van de maanden en voor het tellen van de regeringsjaren van onze koningen; de 1e dag van Ellòel (29 dagen geleden) is het nieuwe jaar voor de belasting over het vee; de 15e Sjvat is het nieuwe jaar voor de bomen (voor de berekening van de dag waarop het eerste fruit van een boom mag worden gegeten) en deze dag, de 1e van Tisjré, is het nieuwe jaar voor de jaartelling. Welkom in het jaar vijfduizend zevenhonderd en vierenzeventig!
In onze Toràtekst staat deze dag beschreven als een 'plechtige rustdag, een gedenkdag ingeluid met hoorngeschal, een heilige oproep', maar er staat niet bij wat wij op deze dag moeten gedenken. Gelukkig kent ons volk geleerde en wijze mannen, 'rabbijnen' genoemd, die ons deze zaken uitleggen. Wij moeten ons vandaag niet een bepaalde dag of een bepaald voorval herinneren, maar al onze daden in het hele afgelopen jaar. En dat moeten wij niet alleen vandaag doen, zo hebben onze rabbijnen bepaald, maar de komende negen dagen. Wij moeten in volledige oprechtheid en zonder enige reserves terugkijken op hoe wij het afgelopen jaar geleefd hebben en gericht zoeken naar fouten en misdragingen. Wij moeten ook een lijst maken van alles wat we ontdekken en dan tijdens deze negen dagen onze fouten waar nog mogelijk herstellen en van onze slachtoffers vergeving vragen voor onze misdragingen. Dit laatste kan overigens gevaarlijk zijn: stel dat je een tijd terug over iemand geroddeld hebt en hem daarmee schade hebt berokkend en hem dat nu opbiecht - het is voorstelbaar dat die persoon woedend op je wordt en wraak zal willen nemen. Gelukkig is het Joden in deze negen dagen niet alleen verplicht vergiffenis te vragen maar ook te schenken, dus als je slachtoffer een jid was maak je een gerede kans dat je er goed van afkomt. Verder hebben onze rabbijnen bepaald, in hun wijsheid, dat wij bij het vragen van vergiffenis best discreet mogen zijn: wij hoeven onszelf niet bewust in serieus gevaar te brengen.
Dit systeem van terugkijken en goedmaken heeft een helende invloed op de gemeenschap, en het zou mooi zijn als wij dit allemaal zouden doen.
Negen dagen van inkeer dus. En dan de tiende dag: de dag waarop naar wij hopen de onze God zich met ons zal verzoenen. Op die dag bekennen wij tegenover Hem al onze misstappen en betuigen wij onze spijt èn ons voornemen dit nieuwe jaar betere mensen te zullen zijn. Waar wij ons het hele jaar gevoeld hebben als baas over ons eigen leven, en wellicht zelfs een ietwat arrogante houding hebben aangenomen, buigen we op die dag onze hoofden voor de oppermacht van de Eeuwige. Na negen dagen van herinneren en overpeinzen beschikken wij dan over volledig inzicht in onze karakters, in onze krachten èn in onze zwakheden, en wij komen dan in deemoedige stemming voor God en tonen onszelf aan Hem in oprechtheid. Wij erkennen waarin wij hebben gefaald, smeken Hem om vergeving en om een nieuwe kans het beter te doen. Als wij deze negen dagen eerlijk zijn geweest tegenover onszelf en tegenover onze medemensen, en als wij die tiende dag eerlijk zijn tegenover de Eeuwige, dan maken we een goede kans, dat Hij ons ter wille zal zijn. Dan maken we een goede kans op nog een levensjaar...
Andere geleerden (die wellicht niet even wijs zijn als de rabbijnen) worden 'kabbalisten' genoemd. Deze geleerden zijn groot in de Kabbalà, de Leer van speculaties. Kan er zoiets bestaan als een 'leer van iets dat misschien bestaat'?
Wij kennen allemaal de volkswijsheid 'Wie goed doet, goed ontmoet' en de kabbalisten hebben het idee, dat elke fout die wij in de loop van het jaar maken en elke misdraging die wij uitvoeren, negatieve energie opwekt in de kosmos. Die negatieve energie hoopt zich op in de kosmos en op Rosj HaSjanà komt dan de ontlading: alle negatieve energie die wij in de loop van het jaar hebben opgewekt, FLITST vandaag in één machtige stoot naar ons terug. Wie gedurende het afgelopen jaar een heel slecht mens was, zou dan volgens die theorie vandaag geëlektrokuteerd moeten worden en dood neervallen. Misschien wel hier en nu! Ik kijk even rond... Echt HEEL slechte mensen schijnen hier niet aanwezig te zijn, of de dag is nog jong... OF! OF de Kabbalà is onzin: dat zou natuurlijk ook kunnen...
In de Zòhar, die wonderbaarlijke hervertelling van de Torà, staat geschreven (3, 100b):
Adàm werd geschapen op Rosj HaSjanà, hij stond voor zijn rechter op die dag, hij kwam tot inkeer op die dag en God vergaf hem. En God zei: "Zo zal het ook je kinderen vergaan: zij zullen op Rosj HaSjanà voor Mij staan om berecht te worden, en indien zij oprecht berouwen en tot inkeer komen, zal Ik hen vergeven."
Hierbij kun je je natuurlijk wel afvragen, hoeveel jaren achtereen God de zondaren zal vergeven? Hun berouw kan elk jaar oprecht zijn, maar als zij elk jaar weer in de fout gaan, dan zou God menselijkerwijs toch een keer Zijn Hemelse geduld moeten verliezen? Wel, het Jodendom beschrijft God weliswaar in menselijke termen, maar het gelooft niet dat God als een mens is. Onze wijzen leren ons, dat God's geduld net als God zelf oneindig is, en dat zelfs de meest verstokte zondaar, de hardcore recidivist, in zelfs het kortste momentje van berouw door God vergeven kan worden. En dat een oneindig aantal keren. Is dit dan geen aanmoediging voor de zondaren? Nee, want het berouw moet wel oprecht zijn: God doorziet toneelspel want God leest onze harten. Wie niet oprecht is...
In de Talmóed staat in het traktaat Rosj HaSjanà (16b), dat rabbi Jochanàn zei:
"Het lot van de volmaakte mens wordt al bezegeld op Rosj HaSjanà: hij zal geholpen worden in het bijeengaren van nòg meer mitswòt OF worden toegelaten tot het Paradijs.
Het lot van de doortrapte mens wordt ook al bezegeld op Rosj HaSjanà: hij zal de gelegnheid krijgen nog meer slechts op zijn conto te schrijven OF in het vuur van de hel worden geworpen.
Het lot van de doorsnee mens echter blijft openstaan tot aan het allerlaatste moment van Jom Kippóer: als hij tot dan oprecht en volledig berouwt en tot inkeer komt, krijgt hij nog een kans om goed te doen."
En ook staat er geschreven (Eljáhoe Zóeta 22):
Al het goede komt tot Israël door de Sjofár. Wij ontvingen de Torà bij hoorngeschal. Wij overwonnen in veldslagen bij hoorngeschal. Wij worden tot inkeer geroepen met hoorngeschal. En wij zullen door hoorngeschal horen van de komts van de Verlosser.
Tenslotte staat er in een midràsj:
Op Rosj HaSjanà komt God tot het oordeel dat de mensheid het voortbestaan niet waardig is. Een dezer dagen staat Hij op van de troon van het Recht en neemt Hij plaatst op de Troon van Genade. Daar concludeert Hij op Grote Verzoendag dat de mensheid toch nog een kans verdient. In deze Tien Ontzagwekkende Dagen is het alsof de Eeuwige de wereld opnieuw schept.
Moge de God van Israël, de God van onze voorouders, de God van onze ouders, ONZE God, vandaag nog, nee: VANAVOND NOG, overstappen naar de Troon van Genade.
Keen jehíe ratsón – כן יהי רצון Améén …אמן
